Algemene Beschouwingen Begroting 2007 Provincie Noord-Holland Statenfractie Prins 13 november 2006
Meneer de Voorzitter,
Dit zijn de laatste algemene beschouwingen en begrotingsbehandeling van deze statenperiode en van dit college.
Zoals u weet, was ik een enthousiast voorstander van de totstandkoming van dit college en haar programma. Na mijn afscheiding van de GroenLinks-fractie heb ik mij voorgenomen om de Kop van Noord-Holland zoveel mogelijk te promoten en het beleid van dit college ten aanzien van de Noordkop zo veel mogelijk te volgen en aan te moedigen en, waar nodig, te bekritiseren. Ik zal daar in deze beschouwingen aandacht aan besteden.
Algemeen
Het college heeft een groot deel van haar programma gerealiseerd. Ook zonder het tijdig verschijnen van haar x91endterm reviewx92 kan ik die conclusie trekken. Daarvoor mijn complimenten. Maar het ontslaat mij niet van mijn verplichting enige kanttekeningen te maken. Die kanttekeningen gaan over het beleid ten aanzien van de Noordkop, xe9n over een aantal andere onderwerpen of dossiers die de laatste tijd onze aandacht hebben gevraagd. Ik zal het hebben over de rechtmatigheid, vs. Doelmatigheid, over wachtlijsten in de jeugdzorg, over de opvang van zwerfjongeren en over de bestuurlijke reorganisatie. Ik begin echter met het provinciaal beleid met betrekking tot de Noordkop.
Kop van Noord-Holland
In het algemeen kan ik concluderen dat de ingezette koers om de Noordkop op de kaart te zetten en te hoxfaden vruchten heeft afgeworpen. De provincie heeft fors gexefnvesteerd in de regio. Zonder volledig te zijn noem ik het UNA-project Productiehal Den Helder, de TESO-haven, de PKB-discussie, de Paleiskade van Den Helder, het LEADER+ programma, de Waddenzee, de waterpolitie, de Duurzame Energie, Agriport, Hollands Bloementuin en de voormalige Rijkswerf Willemsoord. Ondanks de aanwezigheid van enkele hoofdpijndossiers, zoals Hollands Bloementuin en de Rijkswerf, heeft de provinciale inzet geleid tot een forse versterking van het ekonomisch draagvlak en uitbreiding van de werkgelegenheid. Daarvoor alle lof.
Als ik mij echter concentreer op de werkgelegenheid in de regio, dan zijn er de nodige spanningen te constateren. Agriport en het Windenergiepark bij Den Helder zullen op termijn ca. 6000 arbeidplaatsen opleveren. Dat resultaat is voor een groot deel te danken aan de inzet van de provincie en het Regionaal Ekonomisch Stimuleringsprogramma Kop&Munt. Maar daar staat tegenover dat het CWI van de ca. 5000 vacatures in het afgelopen jaar slechts 1500 heeft weten te vervullen. Dit heeft niets te maken met de grote inzet van het CWI. Het heeft alles te maken met de inzet van de betrokken gemeenten in het gebied, die er onvoldoende in slagen om het aanwezige arbeidspotentieel te activeren. Uit het jaarverslag van Kop&Munt blijkt dat er nog ruim 3000 werkzoekenden zijn die aan de kant staan. Er zijn ongeveer net zoveel bijstandsgerechtigden in de gemeenten van de Noordkop die geactiveerd moeten worden. Helaas zijn de gemeenten onvoldoende uitgerust om die taak uit te voeren. Natuurlijk weet ik dat het een grote inspanning vereist om deze mensen, die een grote afstand hebben tot de arbeidsmarkt, toe te leiden naar de vacatures in de regio. Het is daarom onbegrijpelijk dat het nieuwe Ontwikkelingsbedrijf voor Noord-Holland Noord arbeidsmarktbeleid niet tot haar prioriteiten heeft benoemd. Van deze plaats wil ik een beroep doen op het college om alsnog te bevorderen dat arbeidsmarktbeleid wordt opgenomen in de speerpunten van het Ontwikkelingsbedrijf. Het zou misplaatst zijn als de provincie wxe9l de arbeidsplaatsen crexebert, maar er niet in slaagt om de werknemers voor die vacatures te leveren. De vacaturevervulling gaat immers niet vanzelf. Uit de Kop van Noord-Holland komen signalen dat de toeleiding van werklozen naar de arbeidsmarkt stagneert. Zowel het Projectencentrum van Triton in Den Helder als het door de provincie opgerichte werkgelegenheidsproject Herstelling kampen met lege werkplekken. De gemeenten leiden onvoldoende werkzoekenden toe naar deze projecten en naar de arbeidsmarkt. Zowel de gemeenten, de provincie, het CWI en het Ontwikkelingsbedrijf hebben een grote verantwoordelijkheid om de toeleiding van werkzoekenden op gang te brengen en te houden. Ik vraag aan het college zich daarvoor in te spannen. Ik weet dat de provincie hierin geen wettelijke bevoegdheden heeft, maar er leeft bij ons een statenbrede wens tot een grotere provinciale inspanning. Ik refereer aan het amendement op de Kaderbrief 2007 van de werkgroep x93Jeugdwerkloosheid een zorgx94 dat statenbreed is aangenomen. In de begroting voor 2007 is daarom 500.000 Euro extra beschikbaar gesteld voor de Agenda Onderwijs en Arbeidsmarkt. Het is daarom ook vreemd dat het college voorstelt om 200.000 Euro voor het project Kansrijk Ondernemen, dat vertraging heeft opgelopen, te laten vrijvallen. Dit bedrag zou behouden moeten blijven en desnoods ingezet moeten worden voor de andere prioriteiten van de Agenda. Ook de inzet van 100.000 Euro voor de inrichting van een ESF-steunpunt komt vreemd over. In het amendement wordt gevraagd om gemeenten en CWIx92s te ondersteunen bij de reintegratie van werklozen. Het is algemeen bekend dat gemeenten in het kader van de Wet Werk en Bijstand forse budgetten hebben om hun werkzoekende inwoners toe te leiden naar de arbeidsmarkt. Volgens staatsecretaris van Hoof hebben alle Nederlandse gemeenten in 2005 ruim 270 miljoen Euro reintegratiegeld moeten terugbetalen aan het ministerie, omdat ze die gelden niet hebben uitgegeven. Er schort dus het nodige aan de gemeentelijke inspanningen op dit gebied. Als de provincie zich wxe9l inspant om de arbeidsplaatsen te crexebren, en de gemeenten achterblijven in de vacaturevervulling, dan zal de provincie de gemeenten daarop moeten aanspreken. Ik verzoek het college daarover, in overleg met de Staten, actie te ondernemen.
Rechtmatigheid vs. Doelmatigheid: subsidies
Sinds het Enron-schandaal van enkele jaren terug zijn wereldwijd de criteria voor rechtmatig handelen aangescherpt. Ook onze provincie is daar niet aan ontkomen. We worden zo langzamerhand gek gemaakt met de dwingende opmerkingen van accountants, die lijken voor te schrijven over wat mag en wat niet mag. De rechtmatigheidsdiscussie lijkt het streven naar doelmatigheid volledig verdrongen te hebben. Een voorbeeld.
We hebben sinds twee jaar de nieuwe Afdeling Subsidies, die is opgezet om alle provinciale subsidies te stroomlijnen. Ik kan mij herinneren dat bij de presentatie door het college werd gesteld dat de beleidsinhoudelijke afdelingen leidend zouden zijn en de afdeling Subsidies volgend. Nu kun je je misschien moeilijk voorstellen hoe dat in de praktijk zou moeten verlopen. Maar bij de presentatie van het Hoofd Subsidies in de Rekeningencommissie stelde hij dat zijn afdeling leidend zou zijn en de beleidsinhoudelijke afdelingen volgend. Er lag volgens mij een levensgroot competentie-conflict op de loer. In de praktijk heb ik van diverse kanten begrepen dat de Afdeling Subsidies dominant is en de beleidsinhoudelijke afdelingen het nakijken hebben. Vroeger kon een beleidsambtenaar eenvoudig aan de klant uitleggen wat de stand van zaken was bij een subsidieaanvraag, of was dat niet nodig omdat er relatief snel beslist werd op een aanvraag. Nu worden met de nodige vertraging ingewikkelde subsidiebeschikkingen opgesteld, met allerlei fatale termijnen waaraan de aanvrager moet voldoen. De provincie afdeling Subsidies neemt er vervolgens ruim de tijd voor om de rapportages af te handelen en de definitieve subsidies vast te stellen. Voor een subsidie die uiterlijk 31 december 2005 afgerapporteerd moest zijn door de subsidie-ontvanger, neemt de provincie maanden de tijd voor de vaststelling en de definitieve uitbetaling. En als de subsidieontvanger dan een na een half jaar belt en vraagt naar de stand van zaken, kan hij te horen krijgen dat x91het dossier op een stapel ligt en daar voorlopig ook wel blijft liggenx85x92 Dat soort antwoorden lijken mij voor het imago van de provincie dodelijk. Het geeft aan dat of de ambtenaar zich niet verantwoordelijk voelt, of de afdeling onvoldoende ambtelijke capaciteit heeft, of de afdeling niet goed genoeg is georganiseerd of wordt geleid.
Vz, dit is niet wat de Staten voor ogen stond bij de reorganisatie van het ambtelijk apparaat en de oprichting van deze afdeling. Ik verzoek de verantwoordelijke collegeleden dringend om deze afdeling te laten functioneren zoals ze geacht wordt te functioneren. En ik verzoek u ook om een evenwicht aan te brengen tussen rechtmatigheid en doelmatigheid.
Jeugdzorg en wachtlijsten: strakke regie en uitstroom
Een van de grootste problemen die dit college niet heeft weten op te lossen, betreft de wachtlijsten in de jeugdzorg. Een verzachtende omstandigheid is dat dat ook onder het vorige college niet is gelukt. Maar dat geeft tegelijkertijd de hardnekkigheid aan van het probleem als het al zo lang duurt. Dat geeft me te denken. Als dit college niet in staat is dit probleem in de afgelopen zeven jaar op te lossen, dan zal het haar ook in de komende vier maanden niet lukken. Naar mijn overtuiging liggen de oorzaken bij de organisatie en de wijze van aansturing van het Bureau Jeugdzorg. Problemen met wachtlijsten betekenen volgens mij dat er gestuurd moet worden op aantallen clixebnten. Tegenover de klanten die zich aan de voordeur melden, moeten er evenzoveel verdwijnen via de achterdeur. Dat wil zeggen de uitstroom moet de instroom in evenwicht houden. Dat betekent dat Bureau Jeugdzorg bepaalde contacten sneller moet afbouwen, zodat nieuwe klanten in behandeling kunnen worden genomen en de wachtrij aan de voordeur korter wordt. Dit standpunt is geen pleidooi om de klanten van Bureau Jeugdzorg in de kou te laten staan. Maar het is, denk ik, de enige manier om de wachtlijsten beheersbaar te krijgen en te verkorten.
Zwerfjongeren en voorzieningen: het is dit college niet gelukt
Een aparte opmerking wil ik maken over het onvermogen van dit college om de zwerfjongeren onder dak te brengen. Al bijna vier jaar worden ons plannen aangekondigd om dit probleem op te lossen. Ook in de Investeringsimpuls zijn hierop beleid en extra uitgaven aangekondigd. Bij elke voortgangslijst schuift de presentatie van concrete plannen op in de tijd. In de Memorie van Antwoord en in de Najaarsnota worden voor afgelopen zomer en de maand oktober beleidsvoornemens aangekondigd. Er is echter nog niets van terecht gekomen. Ik voorspel dat er de resterende vier maanden te kort zijn voor dit college om uitvoeringsgerede plannen op de rails te zetten.
Bestuurlijke reorganisatie en Randstadautoriteit
Mijn laatste opmerking betreft de huidige discussie over bestuurlijke reorganisatie. Ik wil er eigenlijk niet veel tijd aan besteden. In korte tijd zijn we opgezadeld met dikke pakken papier en forse stellingnames over x91bestuurlijke druktex92, het afschaffen van waterschappen en stadsdelen, een Noordvleugelautoriteit, een Randstadprovincie en binnenkort kunnen we als mosterd na de maaltijd adviezen verwachten van de commissie onder leiding van Wim Kok. De meest interessante bijdrage in de discussie vond ik nog afgelopen week dat de Randstad als eenheid helemaal niet bestaat. Dat geeft te denken.
Toevallig werd mijn belangstelling voor politiek in hoge mate gevormd in de jaren zeventig, ten tijde van het Kabinet Den Uyl. In dat kabinet was het minister De Gaay Fortman die een plan voor miniprovincies voorstelde. Maar ook kan ik mij herinneren dat in die tijd een goed functionerend regionaal bestuursorgaan voor de Regio Rotterdam werd opgeheven. In de tientallen jaren daarna zijn er nog diverse plannen voor bestuurlijke herindeling gepasseerd, maar nooit zijn ze werkelijkheid geworden. Als gemeenteraadslid was ik zoxb4n tien jaar geleden het meest betrokken bij de plannen voor bestuurlijke samenwerking in de Regio Amsterdam en de instelling van een Stadsprovincie Amsterdam. Vergadering op vergadering werd aan dit onderwerp gewijd, maar het Amsterdamse referendum maakte in xe9xe9n klap een eind aan de discussie en de illusie.
In de afgelopen tientallen jaren heb ik echter gemerkt dat ordinaire machtspolitiek vaak meer doorslaggevend is geweest in dit soort discussies, dan welke inhoudelijke overweging dan ook. Het was premier Thatcher die de Greater London Council om politieke redenen ophief omdat haar politieke tegenstanders daarin te machtig waren geworden. En om bij de Nederlandse partijpolitieke verhoudingen te blijven, het is wat al te doorzichtig als VVD minister Remkes de Amsterdamse en Rotterdamse stadsdelen wil opheffen en de PvdA de waterschappen wil opheffen. In de stadsdelen verdienen immers veel PvdA bestuurders een goed betaalde boterham en in de waterschappen zijn het veelal VVD en CDA bestuurders die de dienst uitmaken.
Ik verwacht dus niet veel van de huidige discussie over bestuurlijke reorganisatie. Mij lijkt het veel vruchtbaarder als bestuursorganen in eigen huis de bestuurlijke drukte, de bureaucratie en stroperigheid aanpakken en zichzelf op de kaart zetten. De provincies hebben daarin niet de meest gemakkelijke positie. Maar voorlopig zie ik de huidige bestuurlijke indeling van ons land nog niet veranderen.

1 April 2007 at 03:13
Wat was uw statenvergoeding, hoeveel heeft u in Diemen opgestreken. Wat heeft u in Diemen geprobeerd zeer oneigenlijk te scoren middels het proberen aan te kopen van uw woning. Waar blijven de reacties op uw Blog. 0 is jokken.